maandag 20 februari 2012

VU Vaknetwerk Klassieke Talen levert een nieuwe set lessenseries

Het VU Vaknetwerk Klassieke Talen is een samenwerkingsverband van wetenschappers van de Vrije Universiteit en docenten Latijn en Grieks in het middelbaar onderwijs. Samen maken we al enige jaren lesmateriaal waarin we recente inzichten uit de wetenschap proberen te verwerken. Dit jaar heeft het vaknetwerk een financiële impuls gekregen van NWO, in de vorm van een alpha-meerwaardesubsidie (zie ook het vorige bericht over het vaknetwerk op deze blog).

In februari hebben de leden van het vaknetwerk de eerste drie lessenseries van dit jaar gepresenteerd. De lessenseries hebben de volgende onderwerpen:

•    Het Latijnse naamvalsysteem, een introductie en overzicht voor de eerste klas.
•    Satellieten/ bijwoordelijke bepalingen in het Nederlands en in het Latijn, voor de derde klas.
•    Griekse modi, de conjunctivus, optativus en modale indicativus, voor de derde of vierde klas.

Uiteindelijk worden alle lessenseries van het VU Vaknetwerk Klassieke Talen gepubliceerd op een eigen website. Tot die tijd kan het materiaal via e-mail besteld worden bij Suzanne Adema of Lidewij van Gils.

donderdag 8 december 2011

Verschenen: Lateinische Modalpartikeln

24 februari jl. heeft Josine Schrickx aan de VU met succes haar proefschrift verdedigd, getiteld: ‘Lateinische epistemische Partikeln. Nempe, quippe, scilicet, videlicet und nimirum’. Van dit proefschrift is in september de handelseditie verschenen. Deze woorden worden vaak met ‘natuurlijk’ en ‘namelijk’ vertaald, maar er blijken grote verschillen te zijn. In dit boek wordt het nauwelijks onderzochte onderzoeksveld van Latijnse modale partikels (of ‘commitment markers’) verhelderd, waarbij moderne taalkundige theorieën worden toegepast.
Meer informatie over het boek vindt u hier
Over de promotie van Josine kunt u hier meer lezen.

MasterClassics op maat: Klassieken op Locatie

Afgelopen 18 november was het weer zover. Tegelijk met de nascholingsdag voor docenten Klassieke Talen vond er weer een MasterClassics Oudheid plaats. 30 scholieren bogen zich deze dag in drie colleges over onderwerpen die betrekking hebben op het onderzoek van onze docenten aan de afdeling Oudheid.
De MasterClassics zijn slechts twee keer per jaar, maar gedurende het hele schooljaar kunt u met uw eigen klas ook een ‘MasterClassics op maat’ komen volgen op de VU. Speciaal voor de 5e en 6e klas van het voortgezet onderwijs heeft de afdeling Oudheid aan de VU een speciaal programma opgezet met colleges Oudheid, gericht op scholieren.  U kunt met uw klas langskomen voor één college, maar u kunt ook met meerdere klassen een samengesteld programma volgen. U heeft daarbij keuze uit hoor- en werkcolleges met cultuurhistorische, Latijnse en Griekse (taal- en letterkundige) invalshoeken. Een kleine greep uit de onderwerpen: ‘Homerus en de archeologie’, ‘Het Griekse theater’, ‘Time management vanaf de stichting van de stad’, en ‘Schijnheilige filosofen’.
Voor meer colleges en informatie kunt u kijken op www.let.vu.nl/klassiekenoplocatie of mail naar klassiekenoplocatie@let.vu.nl

dinsdag 6 december 2011

Sailing to … Sofia

Alexander Nevsky Plein
Het lijkt een uitstervend ras, maar eens in de vijf jaar stromen meer dan duizend exemplaren vanuit de hele wereld samen om zes dagen lang het uitgestorven centrum van een Europese hoofdstad te bevolken: ik heb het over Byzantinologen. Dit keer vond hun congres van 22 tot 27 augustus plaats in Sofia (zie 22nd International Congress of Byzantine Studies).

Filologen, theologen,  historici en kunsthistorici volgden elkaars presentaties, bezochten boekenmarkten en bekeken tentoonstellingen. De president van Bulgarije, Georgi Parvanov, nam de moeite ons persoonlijk toe te spreken tijdens een borrel in het ‘National Museum of History' aan de rand van de stad. Als historicus heeft hij bijzondere interesse voor dit soort bijeenkomsten. Dat betekende van 19.00 tot 22.00u. fanfare, toespraken en drank tussen de meest waardevolle objecten in het museum.

De monumentale gangen van de universiteit
De Nederlandse tak van de ‘Association Internationale des Etudes Byzantines’ werd tijdens de afsluitende dag op officiële wijze nieuw leven in geblazen. Terecht, want al is het niet altijd even zichtbaar voor een buitenstaander, maar er gebeurt gelukkig weer steeds meer op het gebied van de Byzantinologie in Nederland. Ondergetekende hield bijvoorbeeld namens de VU een voordracht tijdens het congres, getiteld ‘Experiencing Sacred Space, from Late Antiquity to Early Byzantium’, over ervaringen van heilige ruimtes zoals die beschreven worden in de heidense en Christelijke Griekse literatuur van de Late Oudheid tot de Vroegbyzantijnse tijd. En afgelopen oktober vond onder leiding van Joanita Vroom de ‘First Amsterdam Meeting on Byzantine and Ottoman Archaeology’ aan de UvA plaats.

16 december: Romeinensymposium

Op vrijdag 16 december 2011 organiseert de Vrije Universiteit Amsterdam voor de 17e keer het jaarlijkse Romeinensymposium over actuele thema's uit het onderzoek van Romeins Nederland en België. Bijzondere aandacht wordt dit jaar geschonken aan het onderzoek van Romeinse villa’s, aan ecologisch onderzoek naar de bevoorrading van de stedelijke en militaire markt en aan de Romeinse kustverdediging. Tijdens het symposium zal ook de bundel Villa landscapes in the Roman North worden gepresenteerd (editoren: Nico Roymans en Ton Derks, voor meer informatie, klik hier).

Alumni zijn ook van harte welkom op deze dag. Bekijk hier het programma. Opgeven kan tot en met maandag 12 december 2011 via een kort bericht aan romeinensymposium.let@vu.nl met vermelding van uw naam en adres. Deelname is gratis.

Plaats: auditorium van het Hoofdgebouw van de Vrije Universiteit

donderdag 1 december 2011

Feestelijk afscheidscollege Harm-Jan van Dam

 Afgelopen vrijdag 4 november heeft Harm-Jan van Dam met een feestelijk college afscheid genomen van de VU. Na elf jaar als docent vele colleges te hebben gegeven, vond zijn laatste college plaats in gezelschap van docenten, studenten en oud-studenten die voor de gelegenheid nog eens plaats namen in de collegebanken. In deze liminale fase tussen werk en pensioen was het onderwerp drempelgedichten. In een lokaal versierd met vlaggetjes, waarop onder meer de beeltenis van Hugo de Groot (dus nee, deze vlaggetjes waren niet gekocht bij de Hema), besprak hij in het bijzonder het 17e-eeuwse drempelgedicht. Hij besloot zijn college met een gedicht bij een editie van de Silvae van Statius. Zo kwamen twee van Harm-Jans expertises kunstig bijeen in dit laatste college.

Maar natuurlijk is een afscheidscollege niet compleet zonder de nodige speeches en cadeaus. In navolging van Statius werd Harm-Jan geroemd in een kunstig voor de gelegenheid gedichte Silva. En Harm-Jan mag dan misschien ontsnappen van het werkende leven aan de VU, zijn collega’s en (oud-)studenten ontsnappen gewoon met hem mee, namelijk in een boekenkist gevuld met boeken, die waren meegenomen door alle aanwezigen bij het college.

 In de speeches werden Harm-Jans vele goede kanten geprezen. Dit zijn onder meer Harm-Jan de docent, de gewaardeerde collega en de zeer gewaardeerde gastheer van de kerstetentjes bij hem thuis. Maar soms was die lof gemengd met enige zotheid, zoals te zien is in bijgevoegd liedje. 

We wensen Harm-Jan veel plezier toe met zijn nieuwe boeken, en we hopen dat hij eraan toekomt om ze te lezen. Hij is namelijk toch nog steeds op de VU te vinden, onder meer voor het begeleiden van promovendi.

Na een Master Eerst de Klas

Na een Masterstudie GLTC kun je ervoor kiezen de lerarenopleiding te gaan doen. Maar dat is niet de enig mogelijke loopbaan voor een classicus. Een baan in het bedrijfsleven is ook mogelijk. Alumnus Bas Pijnappel (in 2011 afgestudeerd) koos ervoor om beide te combineren en volgt nu het programma 'Eerst de Klas'. Hieronder leest u wat dat precies inhoudt.

"Na mijn master Griekse & Latijnse Taal en Cultuur wist ik nog niet goed wat ik wilde gaan doen. Ik heb daarom gesolliciteerd naar het programma Eerst de Klas. Na een aantal selectiedagen ben ik met ongeveer dertig anderen toegelaten tot het programma. In augustus 2011 zijn we officieel als 'derde tranche' gestart.
Het programma Eerst de Klas is een samenwerking van drie partijen: het voortgezet onderwijs, het bedrijfsleven en de universitaire lerarenopleidingen. Het doel is om meer jonge academici voor de klas te krijgen. Daartoe volg je als Eerst de Klasser een druk programma. In het eerste jaar volg je één dag in de week de reguliere lerarenopleiding, drie dagen sta je voor de klas en één dag loop je stage bij één van de deelnemende bedrijven. De eerste helft van het eerste jaar bestaat uit een 'snuffelronde' waarin je als Eerst de Klasser kennis maakt met de bedrijven. Daarna is er keuze uit een aantal projecten waarin Eerst de Klassers de tweede helft van het eerste jaar werkzaam zijn.Het thema van de derde tranche is 'duurzaamheid', dus bedrijven bieden casus aan waarin dat thema centraal staat.
Het tweede jaar bestaat uit vier dagen voor de klas en één dag bij de bedrijven.
Eerst de Klas is een uitdagend programma dat de deelnemer goed in staat stelt om zichzelf te ontwikkelen. Zeker als afgestudeerd student klassieke talen biedt dat veel nieuwe ervaringen en omgevingen, waar je misschien niet eerder mee in aanraking bent gekomen.
Een ander mooi aspect is de deelnemende groep zelf. Mijn collegae zijn scheikundigen en historici, maar ook neerlandici en natuurkundigen. In zo'n heterogene groep krijgen de dagen op de lerarenopleiding en bij de bedrijven altijd interessante wendingen, omdat iedereen de materie vanuit een ander perspectief analyseert."
Meer informatie over Eerst de Klas is hier te vinden.

woensdag 30 november 2011

NWO-subsidie voor Vaknetwerk Klassieke Talen

Op het gebied van de Klassieke Talen is de laatste jaren veel baanbrekend onderzoek gedaan naar taalkundige modellen (met name op het gebied van syntaxis en pragmatiek). De resultaten van dit onderzoek en de onderzoeksmethoden vormen al jaren uitdagende leerstof voor studenten. Leerlingen van het voortgezet onderwijs kunnen hun taalbegrip en hopelijk ook hun enthousiasme voor taalkundig onderzoek vergroten, indien deze wetenschappelijke inzichten worden ingezet in vernieuwend lesmateriaal voor het vo. Docenten Klassieke Talen uit het vo en het wo komen met dat doel sinds september 2009 een aantal maal per jaar samen in het VU Vaknetwerk voor lezingen en werksessies. Voor het jaar 2011-2012 is een NWO-subsidie beschikbaar gesteld voor de organisatie en vooral ook voor de screening en verspreiding van vernieuwende lesstof via een speciale website, die eind 2011/begin 2012 ontwikkeld zal worden.

Voor de kerngroep van het Vaknetwerk zijn tien plaatsen beschikbaar. In de kerngroep is ruime expertise aanwezig op het gebied van vakdidaktiek, wetenschappelijk onderzoek, het maken van lesmateriaal op het niveau van wo en vo en het onderwijs aan onder- en bovenbouwklassen Latijn en Grieks. De kerngroepleden besteden per jaar 80 uur aan het Vaknetwerk en ze worden hiervoor door hun school vrijgesteld. Het is ook mogelijk voor docenten om in minder intensieve vorm deel te nemen aan het Vaknetwerk. Het aantal plaatsen hiervoor is onbeperkt. Deze leden wonen wel de lezingen bij en testen het lesmateriaal, maar doen niet mee aan de intensieve en voorbereide werksessies waarin het vernieuwende lesmateriaal wordt gemaakt. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met L.W. van Gils.

Er wordt lesmateriaal ontwikkeld voor de onderbouw, waarin vooral nieuwe syntactische inzichten worden ingezet en lesmateriaal voor de bovenbouw, waarin pragmatische onderzoeksvragen en –methoden centraal staan.

De coördinatie van het Vaknetwerk verloopt via dr. L.W. van Gils en dr. S.M. Adema

donderdag 6 oktober 2011

VU-promovendus David Stienaers wint Machtelt Bolkestein Award

David Stienaers is als promovendus werkzaam in het NWO-programma Ancient War Narrative o.l.v. prof. dr. Caroline Kroon. Hij ontving in juni op het tweejaarlijkse International Colloquium on Latin Linguistics in Uppsala de Machelt Bolkestein Award  voor de beste presentatie van een jonge onderzoeker. Zijn paper behandelde aan de hand van de discourse-mode-theorie de tekststructurerende functie van het praesens historicum en perfectum narrativum in  Caesars Commentarii de bello Gallico.

donderdag 22 september 2011

Een zomerschool in Epidaurus

Waar moet je zijn als je in aanraking wilt komen met Grieks theater? Juist, in Epidaurus! Daar toog ik afgelopen zomer dus heen – mijn rugtas volgepropt met Griekse tragedies. Dit jaar organiseerde het European Network of Research and Documentation of Performances of Ancient Greek Drama voor de tiende keer een zomerschool op deze plek met het doel tien theaterwetenschappers en evenzoveel classici nader tot elkaar te brengen.  We gingen het deze twee weken namelijk hebben over de opvoering van klassiek Grieks theater. Het verschil tussen classici en theaterwetenschappers bleek al snel. Wij, classici, zouden te veel op de tekst gefixeerd zijn. Maar zíj hadden de tragedies niet eens in het Grieks gelezen!

Maar we kwamen er wel uit. De organisatoren hadden gezorgd voor  vele lezingen van classici en theaterwetenschappers uit heel Europa, interviews met theatermakers en verschillende werkgroepen. In deze werkgroepen moesten de classici met theaterwetenschappers samenwerken, bijvoorbeeld om een eigen dramaturgie te maken voor een voorstelling. 

De mestkever uit Vrede van Aristophanes
Daarnaast stonden er natuurlijk verscheidene uitstapjes naar het theater op het programma. De eerste was een opvoering in Athene van de (A)pollonia van de Poolse regisseur Warlikowski. Na nog even snel de Akropolis op en neer te zijn gerend kregen we in het theater een broodnodige inleiding op het stuk. Het was namelijk een voorstelling over opoffering, waarin het verhaal van een Poolse vrouw in de Tweede Wereldoorlog werd gecombineerd met het verhaal van Alkestis, Iphigeneia in Aulis en de Oresteia. In het Pools. Met Griekse boventitels. Gelukkig had ik alle tragedies in mijn rugzak zitten.

De uitvoering van Aristophanes’ Vrede, waar we een paar dagen later naartoe gingen in het theater van Epidaurus, was van een totaal andere orde. De hoofdfiguur Trygaeus vliegt op een mestkever naar de Olympus om daar de godin Vrede te bevrijden, nadat ze is opgesloten door de oorlogsgod (in deze voorstelling vrij onsubtiel uitgebeeld als een grote Adolf Hitler). Om op de Olympus te geraken zorgde de poep- en scheethumor rondom deze mestkever – “you’re flying with Olympus Air” *scheetgeluid* – voor de broodnodige grappen in de voorstelling die ik nog wel begreep (de voorstelling was verder geheel in het Nieuw-Grieks). 

De studenten die een stuk van de Vogels naspelen
Een andere voorstelling in het theater van Epidaurus kon helaas niet doorgaan, omdat net als de rest van Griekenland  ook het toneelgezelschap besloten had te staken. Dit pakte overigens goed uit voor onze groep. We hadden een paar dagen eerder in het kleinere theater van Epidaurus een paar stukjes koorlied ingestudeerd onder begeleiding van de bekende Griekse componist Philippos Tsalachouris, die ook muziek voor koorliederen bij moderne opvoeringen componeert. Hij had ons delen uit een koorlied van de Vogels van Aristophanes en de Perzen van Aeschylus geleerd. Omdat het grote theater die avond toch niet gebruikt werd, mochten wij vervolgens de geest van koning Darius oproepen en rondspringen als vogeltjes voor een publiek van wel 15 docenten van de zomerschool. Het was geen 15.000 man, maar groots was het zeker.

Voorzien van veel meer kennis over de moderne opvoering van klassieke stukken en een heel stel internationale vriendschappen vloog ik na twee weken zomerschool weer terug naar Nederland. Mijn vliegtuigmaatschappij was Olympic Air. Gelukkig geen mestkever.

Petra Buffing